“Ik maak mijn hoofd lekker leeg op de fiets” Ervaringen van fietsers met autisme
Als ik eenmaal in het zadel zit, gebeurt er iets. Ik beweeg en ik kom ergens. In mijn hoofd is het druk. Als ik fiets komt er meer rust in. Ik heb autisme. Vorig jaar deed ik een onderzoek naar de uitdagingen voor fietsers met autisme https://www.fietsersbond.nl/nieuws/fietsen-met-autisme/ Er zijn niet alleen uitdagingen. Ik word gelukkig van fietsen. Hoe word ik gelukkig van fietsen? En hoe zit dit bij andere mensen met autisme?
Wat is autisme? Autisme is een neurodiverse uitdaging. Onze hersenen zijn anders. We voelen en beleven de dingen anders dan mensen zonder autisme. Zintuiglijke ervaringen zijn intenser. We hebben moeite met veranderingen en onverwachte gebeurtenissen. We vinden het lastig om in te spelen op gedrag van andere mensen. We hebben moeite met ons aan te passen. Meer dan 200.000 mensen in Nederland hebben autisme.
Waarom maakt fietsen me gelukkig? Door te fietsen beweeg ik voldoende. Ik ervaar dat ik controle heb. Ik ben lekker buiten. Met de fiets kom ik op veel plekken. Ik ontdek de natuur, paadjes, stadjes. Als ik andere fietsers ontmoet voelt het gelijk als samen. Ervaren andere mensen met autisme dit? Ik interviewde zeven mensen met autisme.
De eerste geïnterviewde heeft een driewielfiets en een vierwielfiets. Hij fietst met elektrische ondersteuning. Hij woont in Helmond en is 63 jaar. Naast zijn autisme heeft hij NAH (Niet Aangeboren Hersenletsel) en spieruitval. Hij fietst zowel voor plezier als doelgericht. Als hij naar een winkel gaat fiets hij direct naar zijn bestemming. Hij fietst stapvoets in voetgangersgebied. Hij kan niet ver lopen. Hij heeft een auto. Daar vindt hij niet veel aan. In de stad is de fiets sneller. Als hij recreatief fietst gaat hij over allerlei soorten wegen. Hij vermijdt de drukte. Regelmatig fietst hij langer dan 100 km. Af en toe geeft hij gas, maar niet teveel. Genieten is belangrijk. Hij geniet buiten de stad van visuele indrukken. Op bekende plekken ziet hij nieuwe dingen. Hoe ziet een omgevallen boom er uit? De koeien zijn naar binnen. Zijn de schapen al gedekt? Hij fietst met droog weer, zolang het niet warmer is dan 25 graden. Hij helpt andere fietsers met technische uitdagingen. Hij fietst samen met mensen om een nieuwe driewielfiets te testen. Zonder fiets zou hij doodongelukkig zijn. Hij zou zijn stress opkroppen. Het zou zo druk worden in zijn hoofd, dat hij waarschijnlijk zou psychotisch worden.
Hij geniet buiten de stad van visuele indrukken. Op bekende plekken ziet hij nieuwe dingen. Hoe ziet een omgevallen boom er uit? De koeien zijn naar binnen. Zijn de schapen al gedekt?
De tweede geïnterviewde komt uit Eindhoven. Ze is 36 jaar. Ze heeft een aankoppelhandbike en een vastframe handbike mountainbike. Ze fietst met elektrische ondersteuning. Een van haar enkels is stuk. De fiets is praktisch voor de korte afstanden. De auto is teveel gedoe. Voor plezier rijdt ze routes van 40 tot 60 km buiten de steden. Ze geniet van het zonnetje. Ze maakt haar hoofd leeg. Het verrijkt. Ze ontspant, omdat ze zelfstandig en vrij is. Als het regent dan fietst ze niet. Ze kent andere fietsers van de off-road handbike club. Omdat iedereen een handicap heeft is de acceptatie voor diversiteit veel groter. Autistische gedrag is geen issue. Ze fietst nu twee jaar. Zonder fiets zou ze ongelukkiger zijn. “Ik ben een leuker mens sinds ik fiets.”
Zonder fiets zou ze ongelukkiger zijn. “Ik ben een leuker mens sinds ik fiets.”
De derde geïnterviewde fietst niet graag. Fietsen verleidt hem om te hard te gaan. Hij is gevoelig voor geluidsprikkels. In de auto zijn er minder prikkels en is er een beschermend omhulsel. Fietsers komen te dichtbij. Hij wandelt liever. Hij leeft vooral in de stad.
De vierde geïnterviewde uit Arnhem is 37 jaar. Ze heeft een motorische beperking. Ze heeft geen auto. Het Openbaar Vervoer vindt ze te onbetrouwbaar qua timing. Lopen vind ze niet leuk. Ze fietst naar haar werk. Heen neemt ze de directe route. Terug van werk varieert haar route. Als ze alleen fietst, dan gaat ze harder dan gemiddeld. Ze vindt het irritant dat andere mensen langzamer fietsen. Als het regent dan fietst ze niet graag. Voor haar plezier fietst ze in de wijken van de stad om straten en parken te ontdekken. Dit doet ze het liefst samen met een vriendin. Het is leuk om samen iets te doen. Altijd iemand in de buurt. Lekker als de zon schijnt. Ze heeft een doel nodig. Ook neemt ze haar neefje en nichtje van 1 en 4 mee op de fiets. Zonder fiets zou ze het lastig vinden. De bus kost veel tijd.
Het Openbaar Vervoer vindt ze te onbetrouwbaar qua timing.
De vijfde geïnterviewde is 37 jaar en woont in Nijmegen. Hij gebruikt de racefiets voor lange tochten van 100-120 km. Hij fietst de Elfstedentocht. Hij fietst naar het station en om boodschappen te doen. Voor grotere afstanden vermijdt hij drukke stukken. Of hij kiest de bekende weg. Omleidingen vindt hij lastig. In bebouwde kom fietst hij rustiger, behalve als het koud is of regent. Hij heeft wel een auto, maar kiest voor de fiets. Dat is gezonder. “Beter voor mij en milieu.” Hij fietst voor zijn plezier door landelijk gebied. Heuvels vindt hij leuk. Hij vermijdt drukke wegen. Hij kiest rustige momenten. Zware regen en bladeren op de weg vindt hij minder fijn. Dan gaat hij hardlopen. Wanneer hij fietst voelt hij zich beter door de endorfine. Hij zet zijn gedachten op een rijtje. Fietsen ervaart hij als mediterend. Het is lekker sporten! Hij vindt het fijn om in de natuur te zijn. Hij kijkt naar het geheel van de natuur en de dieren. Hij fietste een keer gelijk op met een vogel. Hij fietst meestal alleen. Hij zit in een app-groep met vrienden. Het is een los clubje. Ze appen wanneer ze gaan fietsen. Dan fietst hij samen. Na een drukke week fietst hij solo om bij te komen. Dan wil hij liever mediterend fietsen. Zonder fiets zou zijn leven guur zijn. Wielrennen houdt hem mentaal op de been. Hij loopt wel eens hard, maar dit vindt hij niet leuk. Fietsen is zijn favoriete sport.
Zonder fiets zou zijn leven guur zijn.
De zesde geïnterviewde is 34 jaar. Ze heeft geen auto. Ze fietst voor plezier en als ze ergens naar toe moet. Ze kreeg het autoloze leven met de paplepel ingegoten. Vier jaar geleden verhuisde ze van de Randstad naar een dorp in Zuid-Limburg. Ze ging bij een damesfietsclub. Ze heeft een mooie route naar werk. Ze vindt het lekker om buiten haar hoofd leeg te maken. Ze woont 12 km van haar werk. Met heel veel regen pakt ze de bus. De fiets is flexibeler en lekker buiten. Ze fietst op rustige plekken op gravel- en mountainbikepaden. Haar langste afstand is 220 km. Meestal fietst ze 80-130 km. Als het winter is zijn de ritten korter: 50-60km. Bij de fietsclub zit ze op het snelste niveau. Ze geniet van het inspannen. “Het lichaam wordt moe en het hoofd leuker.” Met de fietsclub heeft ze sociale contacten. Ze praat gezellig onder het fietsen. Ze geniet van de frisse lucht en de rust.
Het lichaam wordt moe en het hoofd leuker.
De zevende geïnterviewde is een man van 47 jaar. Hij heeft vijf jaar zijn diagnose. Zowel voor vervoer als recreatief fietst hij. Hij haalde zijn rijbewijs op zijn 38e na meerdere mislukte examens. Hij vindt autorijden niet leuk. Het OV vindt hij te druk en het rijdt vaak niet. Voor echt grotere afstanden neemt hij de trein. Hij fietst op een gewone fiets van zijn woonplaats Haarlem naar Amsterdam (21 km). In Amsterdam voelt hij zich thuis. Het is beter opletten. Hij verwacht in Amsterdam meer drukte en chaos. Haarlem is niet logisch. Haarlem is een autostad. Hij fietst heel snel. Van fietsen wordt hij frisser. Als het heel druk is, voelt hij zich opgefokt vanwege andere verkeersdeelnemers. Er zijn weinig situaties waarin hij niet fietst. Ook in de stromende regen zit hij op de fiets. Voor plezier fietst hij 50 tot 180 km. 200 km is zijn langste afstand. Hij heeft zelf de regie en de vrijheid. Hij sport graag. “Eigen spiermassa ter ondersteuning.” Hij maakt zijn hoofd leeg. Hij raakt in een hyperfocus. Hij ziet elk detail. Hij kijkt naar vogels. Zo zag hij een ijsvogel. Hij fietst het liefst alleen. Hij doet aan triatlon. Hij praat niet veel over fietsen. Hij fietst met zijn vrouw. Zij heeft een andere verkeersbeleving. In zijn eentje hoeft hij met niemand rekening te houden. Zonder fiets zou hij niet veel kunnen. Dat zou zonde zijn. Het is zijn sterkste onderdeel in de triatlon.
Hij maakt zijn hoofd leeg. Hij raakt in een hyperfocus. Hij ziet elk detail.
Uit dit kwalitatieve onderzoek kan ik voorzichtig het volgende concluderen. Fietsen brengt veel. We vinden het mooi om te kijken en de wereld te verkennen. Vooral de wereld buiten de stad. Die is rustiger. We kijken graag om ons heen. Met de fiets bevinden we ons in de buitenlucht. De afstanden verschillen en we zijn niet allemaal happig op koud, warm weer of regen. Met de fiets zijn we zelfstandig. Het is een praktisch vervoersmiddel. De auto en het openbaar vervoer kosten de meesten van ons meer moeite en brengen ons minder. In het openbaar vervoer zijn we afhankelijk.
We worden gelukkiger. “Ik maak mijn hoofd lekker leeg op de fiets,” was een zin die ik in het overgrote deel van de gesprekken bijna letterlijk terug hoorde. Er is mentale gezondheidswinst uit fietsen te halen. Goed om mensen met autisme te stimuleren. Door autisme is er inertie in ons gedrag. Schakelen in onze hoofden is lastig. We vinden het moeilijk om van de ene activiteit over te gaan. Het is lastiger om op de fiets te stappen en in beweging te komen. Zeker als het nog niet in onze routines zit. We worden er wel heel gelukkig van.
Deel deze pagina
Een lijst met artikelen
-
Doortrappen, tot je 100ste! Doortrappen, tot je 100ste!
In heel Nederland zijn de Doortrap-groepen eind mei weer van start gegaan. Doortrappen is een nationaal activeringsprogramma, gericht op senioren: veiliger fietsen tot je 100ste!
Gepubliceerd op: -
Lekker samen op de fiets Lekker samen op de fiets
Fietsmaatjes Utrecht maakt fietsen toegankelijk voor mensen met een beperking. Zo geniet Angelique dankzij haar maatje Margriet op de duofiets weer van sociale contacten en de Utrechtse natuur.
Gepubliceerd op: -
In gesprek met het CROW In gesprek met het CROW
Handbiker Tino Zijdel (Iedereen Mobiel) en Karlijn Janssen (landelijk bureau Fietsersbond) gingen in gesprek met het CROW over de toegankelijkheid van het fietspad.
Gepubliceerd op: